Natuur
De Brabantse Wal is niet één landschap, maar een heleboel verschillende die aan elkaar grenzen. Ieder landschap heeft zijn eigen planten- en dierenwereld. Door de grote verschillen in landschap komen er, op betrekkelijk korte afstand van elkaar, veel verschillende planten en dieren voor. Dat maakt de natuur van de Brabantse Wal zo bijzonder. Het is bijvoorbeeld een van de vogelrijkste gebieden van Nederland.
Lage en hoge deel
In grote lijnen kan het landschap verdeeld worden in een laag deel, ten westen van de steilrand, en een hoog deel ten oosten van de steilrand.
Het lage deel bestaat uit
- voormalige schorren en slikken
- polders
Het hoge deel bestaat uit
- heide
- bossen
Voor overzicht natuurgebieden op de Brabantse Wal:
www.natuurlijkbrabant.nl
www.brabantslandschap.nl
www.staatsbosbeheer.nl
www.natuurmonumenten.nl
www.grensparkzk.nl
Broedvogels
Naast de globale indeling van de landschappen is een fijnmaziger indeling mogelijk. De Atlas van de West-Brabantse broedvogels (NPN Media, ISBN 978-90-78343-02-8) maakt een onderverdeling van de Brabantse Wal in tien landschappen, met elk hun karakteristieke broedvogels:
- Water en moeras
- Voormalig schor
- Bezinkputten en opspuitterrein
- Heide
- Open agrarisch gebied
- Halfopen agrarisch gebied
- Besloten agrarisch gebied
- Bebouwing
- Bos
- Oud bos
Voor meer informatie:
www.broedvogelswestbrabant.nl
www.westbrabantsevwg.nl
www.brabantsevogels.nl
Schorren en slikken
Aan de voet van de Brabantse Wal ligt een gebied dat tot het einde van de vorige eeuw eb en vloed kende: het Markiezaatsmeer en het Zoommeer. Door de aanleg van de Oesterdam, Slaakdam en Philipsdam hebben deze wateren sinds 1984 geen verbinding meer met de zee. Kenmerkende planten van het schor zoals onder andere Melkkruid, Zeekraal, Lamsoor en Heen verdwijnen langzaam maar zeker uit het gebied. Langs de oevers ontwikkelen zich moeras en bos. Begrazing houdt een deel van het gebied open. Het gebied is sindsdien aan het veranderen in een meer dat gevuld wordt door toestroom van zoet oppervlaktewater van rivieren en beken en door kwelwater.
Kwel
Kwel is water dat onder druk uit de grond komt zetten. Dit is een normaal verschijnsel bij de Brabantse Wal. Water zakt in de grond op de hoger gelegen delen, waarna het onder druk aan de voet van de Wal weer uit de grond komt zetten. Vaak is kwelwater schoon en kalkrijk. Door aan- of afwezigheid van kwel verloopt de verzoeting binnen het gebied verschillend. Op de nu hoger liggende kreekoevers groeien nog zoutminnende planten, omdat de invloed van zoet water hier kleiner is. Op andere plekken maakt de zoutminnende vegetatie plaats voor ruigtes met Akkerdistel en Grote brandnetel. Daarna komen grassen en soorten als Moeraswespenorchis, Heelblaadjes en Grote kaardebol.
Vogels
Het moerasgebied kent een grote afwisseling in milieu, waardoor er vele soorten vogel voorkomen. De Lepelaar en de Blauwe reiger doen zich te goed aan vis in de voormalige kreken, op de kwelplassen zwemmen de Kuifeend en de Krakeend. In het riet broedt de Blauwborst. De Tureluur zoekt naar voedsel in het drassige gebied van de vroegere schorren, de Zilverplevier en de Bonte Strandloper doen dit op de waterlijn.
Polders
De polders grenzen, evenals het voormalige getijdengebied van het Markiezaatsmeer en Zoommeer direct aan de Wal. Vanuit het open polderlandschap heeft men een mooi uitzicht op de hoge zandgronden.
Kwelvegetatie
De polders waren vroeger veengebied of aanwas. Nu bestaan de polders uit weide en akkerland met de daarbij voorkomende weide- en akkerflora en fauna. Door drinkwatervoorziening en peilverlaging ten behoeve van de landbouw is het waterpeil gezakt. Typische kwelvegetatie met Bosbies, Waterviolier en Grote pimpernel kan echter bij peilverhoging weer terugkomen. In de toekomst moeten in bijvoorbeeld de Noordpolder en Halsters Laag bloemrijke dotterbloemhooilanden ontstaan met aan de randen riet- en wilgenmoeras. Huidige plantensoorten in het gebied zijn onder andere Gele morgenster en Rood guichelheil.
Vogels
De polder is een belangrijk gebied voor ganzen, zoals de Kolgans, die overwintert in ons land. Andere vogelsoorten van open gebieden zijn Graspieper en Patrijs. Langs de kreekresten leven onder andere Blauwborst en Rietzanger.
Heides
De Brabantse Wal kent een aantal mooie heidegebieden. Het grootste aaneengesloten stuk is de Kalmthoutse Heide in België. Dit 1000 ha groot reservaat bestaat uit een gevarieerd landschap van natte en droge heide, stuifduinen, vennen en bossen. Samen met het Nederlandse deel vormt het De 'Zoom-Kalmthoutse Heide', een grensoverschrijdend natuurpark.
Menselijk gebruik
Eeuwenlang heeft de mens zijn stempel gedrukt op de heide door turfwinning, ontwatering en bebossing. De heide diende als bron voor brandstof, veevoeder en stalstrooisel. Later is men bomen gaan aanplanten voor houtproductie. De uitgestrekte heidevelden op de Wal maakten plaats voor bos. Een groot deel van de Kalmthoutse Heide is hiervan gevrijwaard gebleven.
Zand
Daar waar me de heide teveel belastte, ontstonden stuifduinen. In deze kale zandduinen lijkt weinig te leven, toch zijn er een aantal karakteristieke diersoorten te spotten. Snelle zandloopkevers, solitaire bijen of de Rupsendoder, een graafwesp die haar eitjes samen met een rups ingraaft. De larve van de Mierenleeuw maakt een kuiltje in het zand. Hierin wacht hij totdat een prooi de kuil in rolt en grijpt deze met zijn grote kaken.
Vennen
De vennen vormen voor trekkende Regenwulpen een belangrijke slaapplaats. Voor andere dieren zijn het belangrijke drinkplaatsen. In de vennen treft men dikwijls veenmossen aan. Van onderen sterven deze veenmossen af, maar worden niet verteerd. In de loop van eeuwen vormt zich zo een dikke laag veen, die het hele ven kan bedekken.
Droge en vochtige heide
In de droge heide groeit voornamelijk Struikhei met daaronder verschillende soorten mossen en korstmossen. Mooi is de Heidelucifer, een korstmos met een rode kop. Tussen de struiken leeft de Levendbarende hagedis. Typische vogels zijn de Boompieper en Roodborsttapuit. Op de vochtige heide staan soorten als Dophei, Kleine en Ronde zonnedauw en Witte snavelbies. Zonnedauw is een vleesetende plant. De bladeren geven een plakkerige substantie af waaraan insecten blijven kleven. Langzaam worden de zachte delen van het insect opgelost en de eiwitten die vrijkomen worden opgenomen door de plant.
Bossen
In de Middeleeuwen vonden grote ontbossingen plaats in Nederland. Het bos werd vervangen door heide. Begin 19de eeuw was dan ook een groot deel van de Brabantse Wal bedekt met uitgestrekte heidevelden. Vanaf 1830 is men begonnen met het aanplanten van bomen op de heide voor de houtproductie. De meeste bossen op de Wal stammen van omstreeks 1900. Twee voorbeelden van deze bosgebieden zijn Mattemburgh en Stoppelbergen.
Mattemburgh
In het oosten van landgoed Mattemburgh werden op de heidegronden Grove den en Zeeden aangeplant. Zeeden is van oorsprong een soort van het Middellandse Zeegebied. Hij werd gebruikt vanwege zijn snelle groei. Na de bebossing werd er geen beheer meer uitgevoerd en lieten de eigenaren van Mattemburgh de natuur haar gang gaan, zodat er veel dood hout is blijven liggen. Dit hout maakt het gebied rijk aan holenbewoners en -broeders, mossen en paddestoelen.
Stoppelbergen
Ten zuiden van Ossendrecht, tegen de Belgische grens aan, ligt boswachterij Stoppelbergen. Ook hier is Zeeden aangeplant. Het grote areaal met aanplant van deze boom maakt het gebied bijzonder onder de Brabantse bossen. In de boswachterij worden zo rond de 50 soorten broedvogels aangetroffen. Het is er rijk aan Kuifmezen en andere insecteneters. Door de halfopen structuur van de Zeedennen komt ook de Nachtzwaluw voor, een niet alledaagse vogel. In het gebied is het reliëf van stuifduinen nog duidelijk te zien.
Dood hout leeft!
Houtwormen en andere insectenlarven leven van de stervende en dode bomen in een bos. Zij graven zich al etend een weg; de vele gaatjes in de stammen duiden op hun aanwezigheid. Het kan soms wel acht jaar duren voordat zo'n larve geheel tot wasdom komt. De gegraven gangen worden gebruikt door allerlei solitaire bijen. Zij leggen hierin hun eitjes en sluiten de broedcel af tegen vijanden. Ook veel schimmels leven van de bomen. Dit is te zien aan de verschillende soorten paddestoelen die op het hout groeien.
Natuurbescherming
Grote delen van de Brabantse Wal zijn wettelijk beschermd, zowel op gemeentelijk, provinciaal, nationaal als Europees niveau.
Europese Unie
Natuur houdt niet op bij de grens en is onderdeel van een groter geheel. Gebieden die onder Europese bescherming staan, heten Natura 2000 gebied, een netwerk in wording van natuurgebieden in de Europese Unie. De Brabantse Wal en het aangrenzende Markiezaatsmeer zijn beide Natura 2000 gebied. Het Markiezaatsmeer was al eerder aangewezen als internationaal wetland (nat natuurgebied) in de Ramsar-Conventie.
Nederland
Op nationaal niveau gelden de Vogelrichtlijn (1972), de Habitatrichtlijn (1992), Natuurbeschermingswet (1998) en de Flora- en Faunawet (2002). De Brabantse Wal is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland (EHS). Deze wordt door grondaankopen en beheermaatregelen sinds eind vorige eeuw ontwikkeld en moet in 2018 af zijn en dan de 'ruggengraat' van de Nederlandse natuur vormen. Het oostelijk deel van de Brabantse Wal ligt in het Nationaal Park Grenspark Zoom-Kalmthoutse Heide. Dit park is grensoverschrijdend en een voorbeeld van de samenwerking in de Benelux. Het Grenspark wordt mogelijk uitgebreid in westelijke richting.
Provincie
Op provinciaal niveau is de natuur beschermd in de Regionale Natuur- en Landschapseenheid en de Groene Hoofdstructuur van Noord-Brabant die een uitwerking is van de boven genoemde EHS. De delen van de EHS worden onderling aan elkaar geknoopt met ecologische verbindingszones (EVZ). Dat zijn stroken natuur waarin planten en dieren zich kunnen verplaatsen van het ene gebied naar het andere en die rust bieden. Ook op de Brabantse Wal worden ecologische verbindingszones aangelegd. Ze zijn vaak gekoppeld aan landschapselementen zoals dijken, waterlopen en wegen. Een bijzondere categorie zijn de 'natte natuurparels'. Deze zijn afhankelijk van het grondwater en daarom zeer gevoelig voor verdroging. De aanpak van de natte natuurparels in vastgelegd in het Verdrag van Cork (2003).
Gemeente
Uiteindelijk vindt de vertaling van al deze regels en wetten plaats in de gemeentelijk bestemmingsplannen. Die zijn bindend voor de burgers, dat wil zeggen dat iedereen zich daaraan moet houden.


