Cultuurhistorie
In de provincie Noord-Brabant zijn 21 waardevolle cultuurhistorische landschappen afgebakend. Deze cultuurhistorische landschappen zijn representatief voor de diverse agrarische cultuurlandschappen van zand, klei en verdwenen veen, maar ook voor de landschappen gevormd door waterbeheersing en defensie, zoals overlaten en waterlinies. Zij behoren tot ons erfgoed en verdienen daarom bescherming.
De Brabantse Wal is een van die cultuurhistorisch waardevolle landschappen. Het landschap van de Brabantse Wal wordt gekenmerkt door een grote landschappelijke verscheidenheid, die zowel door de grote verschillen in terreingesteldheid als door verschillen in historische ontwikkeling zijn veroorzaakt. Vanuit de vlakke zeekleipolders in het westelijke deel rijzen de zandgronden van de Wal hoog op, met voor West-Nederlandse begrippen grote hoogteverschillen. De zeekleipolders zijn open en vlak; de Wal is besloten en laat een mozaïek zien van steden en dorpen, landbouwgronden, landgoederen, heidevelden en bossen. Ten oosten van deze zone ligt een gebied dat vroeger bedekt is geweest met veen. Het veen is afgegraven, omgezet in turf en afgevoerd via turfvaarten. Rond Bergen op Zoom liggen belangrijke onderdelen van de Zuiderwaterlinie.
Ook op landelijk niveau is de Brabantse Wal aangeduid als waardevol cultuurhistorisch gebied in de Nota Belvedère. Bergen op Zoom is daarin als Belvedèrestad aangemerkt.
Download: Nota Belvedère
Download: Overzicht cultuurhistorische waarden Brabantse Wal
Bron: Provincie Noord-Brabant.
Het zandplateau
De Brabantse Wal is een markante rug op de grens van het Brabants Massief, ook wel het West-Brabantse Zandplateau genoemd. Het reliëf is veroorzaakt door de Schelde, die vroeger westelijk van de Wal stroomde, daarna met een bocht naar het westen afboog en via de huidige Oosterschelde in zee uitmondde. De Schelde heeft de rand van het plateau aangetast en door deze erosie is de vrij steile rand ontstaan. Van de dertiende tot de zestiende eeuw verlegde de Schelde haar hoofdstroom geleidelijk van de Oosterschelde naar de Honte of Westerschelde. In 1867 is de verbinding met de Oosterschelde definitief afgesloten door de aanleg van de spoordijk. De Agger is een laatste relict van de dichtgeslibde Scheldeloop. De naam Agger verwijst naar een verdronken dorp. Aan de voet van het plateau ten noorden van Bergen op Zoom zijn veenlagen gevormd; later is ten westen van de steilrand zeeklei afgezet. Op de Wal zijn vanaf de middeleeuwen stuifzanden ontstaan.
De polders
De inpoldering van het laaggelegen gebied aan de voet van de Brabantse Wal dateert al van de dertiende eeuw. Door bodemdaling en veenwinning kwam het gebied zo laag te liggen dat er in de vijftiende en zestiende eeuw tal van overstromingen plaatsvonden. Verschillende dorpen zijn hierbij verdwenen, zoals Agger en Hildernisse. Aan dit laatste dorp herinnert de hoeve Hildernisse. Dit was tot de aanleg van het Markiezaatsmeer de enige buitendijks gelegen boerderij in Noord-Brabant. Geleidelijk is het gebied opnieuw ingepolderd en door boeren in gebruik genomen. De huidige polders zijn ontstaan vanaf 1685 (Noordpolder bij Ossendrecht) tot 1911 toen de Hogerwaardpolder werd ingepolderd.
Turfwinning
Het oostelijke deel van het gebied was vroeger bedekt met veen. Het veen is vanaf de dertiende eeuw afgegraven. Bij Bergen op Zoom is de vervening in gang gezet door het graven van de Grebbe (later Moervaart en thans Zoom geheten), om de oostelijk van de stad gelegen venen droog te leggen en de turf af te kunnen voeren. De vaart werd doorgetrokken naar Wouw en Huijbergen en zelfs tot op huidig Belgisch grondgebied.
Landgoederen en buitenplaatsen
Op de wal hebben vele landgoederen en buitenplaatsen een belangrijk stempel op het landschap gedrukt. Er werden al heel vroeg uitgestrekte bossen aangelegd, waarbij de heren - later markiezen - van Bergen op Zoom belangrijke initiatiefnemers waren. De bosaanleg bij Huijbergen begon al in 1504, gevolgd door de Wouwsche plantage. Het grootste deel van de bossen op de Brabantse Wal is aangeplant in de 18e eeuw, zoals op de landgoederen Zoomland, Mattemburgh, Le Pavillon en het Moretusbosch van kasteel Ravenhof.
De bossen zijn voor een deel op voormalige heidevelden en stuifzanden aangelegd, deels gaat het om veel ouder bos. Vooral op de reliëfrijke landduinen aan de randen van de Brabantse Wal, maar ook wel daarbuiten, komt eeuwenoud hakhout van zomereik voor met omvangrijke stoven. Voorbeelden van dergelijke gebieden zijn de Schoelieberg bij Huijbergen, de Vinkenberg en de Koepel bij Hoogerheide en de Kraaijenberg en Lindonk ten noorden van Woensdrecht. Soms ligt oud eikenhout verscholen in jongere aanplant zoals bij het Zwarte Duin bij Woensdrecht met zeer omvangrijke stoven tussen de zwarte dennen. Bij de jongere landgoedbossen valt het veelvuldig gebruik van zeedennen en douglassparren op.
Behalve de bossen hebben de landgoederen en buitenplaatsen tal van cultuurhistorische waardevolle elementen aan het landschap toegevoegd. In de eerste plaats natuurlijk de historische landhuizen en dienstwoningen, die de kern van een landgoed vormen. Sommige van deze gebouwencomplexen laten een eeuwenlange ontwikkeling van bouwen en verbouwen zien. Andere zijn in één bouwperiode ontstaan en vormen daardoor waardevolle ensembles, zoals de dienstwoningen en de werkplaatsen van de Wouwsche Plantage. Rondom de landhuizen werden parken aangelegd. Op de Brabantse Wal zijn mooie voorbeelden te zien uit verschillende stijlperioden; van de geometrische aanleg in het Moretusbosch tot de gemengde tuinstijl uit het begin van de twintigste eeuw. Bij de landschappelijke aanleg van de landgoederen hoorde ook een stelsel van lanen en zichtassen. Op hoge punten werden theekoepels gebouw om van het weidse uitzicht te genieten, zoals bij de Mattemburgh en Ravenhof.
Overzicht landgoederen op de Brabantse Wal
Bergen op Zoom:
- Landgoed Lievensberg
- Landgoed Groot Molenbeek
- Landgoed Borgvlietsche Duinen
- Landgoed Zoomland
Roosendaal:
- Landgoed Wouwsche Plantage
Steenbergen:
- Landgoed Dassenberg
Woensdrecht:
- Landgoed Groote Meer
- Landgoed Moretusbosch
- Landgoed Titurel
- Landgoed Mattemburgh en omgeving
- Landgoed Pavillon en De Putse Moer
- Volksabdij Onze Lieve Vrouwe ter Duinen
Defensie
De Brabantse Wal had een belangrijke strategische betekenis. Bergen op Zoom en Steenbergen zijn in de veertiende eeuw van verdedigingswerken voorzien. In 1626 beslotende de Staten Generaal om een verdedigingslinie tussen beide steden aan het leggen. Daarvan zijn de forten De Roovere en Pinssen bewaard gebleven, net als een groot deel van de liniewal die in 1727 tussen de forten is aangelegd. Vanaf 1700 maakten de verdedigingswerken deel uit van de Zuider Frontier. In 1816 werd de militaire status van dit deel van de linie opgeheven. Op de Wal kwamen tal van kazernes en militaire oefenterreinen voor. Nu beslaat de vliegbasis Woensdrecht een flink deel van de Brabantse Wal.
Belvedères
De hoge rand van de Brabantse Wal biedt mooie vergezichten. Maar het lijkt wel alsof men vroeger meer oog had voor deze vergezichten dan nu. Veel belvedères, torens met een mooi uitzicht, zijn verloren gegaan. Stichting De Brabantse Wal zet zich in voor herbouw van of nieuwe belvedères in het landschap.
Verdwenen
De Hoogenberg bij Putte is het hoogste punt van de Brabantse Wal: + 39.1 meter NAP. De heuvel ligt op het landgoed Putse Moer dat niet voor het publiek toegankelijk is. Op dit hoogste punt stond vroeger een uitkijktoren. Oude inwoners van Putte spraken van 'het torentje van Cuperus'. Het landgoed Groote Meer in Ossendrecht had ook zo n belvedère. Deze toren ging in het oorlogsgeweld verloren. Op een oude kaart van Ossendrecht is een uitzichttoren te zien op de heuvel naast de Berghoeve. Ook weg. Achter de kerk van Hoogerheide, waar nu de Scheldeweg ligt, was ook een uitzichtpunt. Het staat op oude ansichten als 'Koepel'. Ook deze belvedère is verdwenen, maar Natuurmonumenten heeft de locatie met een kunstwerk gemarkeerd.
Theekoepels
Twee theekoepels met een mooi uitzicht die nog wel bewaard zijn, staan op de landgoederen Ravenhof (Putte) en Mattemburgh (Hoogerheide). Ze zijn gebouwd op een kunstmatige heuvel met zichtlijnen naar alle kanten van het landgoed. De zichtlijnen waren voor een deel verloren gegaan door achterstallig onderhoud, maar Staatsbosbeheer en Brabants Landschap hebben de afgelopen jaren de vergezichten in ere hersteld.
Nieuwe uitzichtpunten
Veel belvedères zijn dus van de Brabantse Wal verdwenen. Enkele nieuwe kwamen in de plaats. De gemeente Woensdrecht maakte een uitzichtpunt aan de Fortuinstraat met uitzicht over het dorp en de polder richting het industriegebied van Antwerpen. Bergen op Zoom heeft twee uitzichtpunten op de Bergse Plaat opgeworpen. Een heuvel bij de Snoekenplas en een heuvel die Beatrixbos heet met uitzicht op de Plaat en over het Verdronken Land van het Markiezaat. Bij het bezoekerscentrum op de Kraaijenberg staat een houten uitkijktoren van 13 meter hoog met uitkijk op het Markiezaatsmeer en Hildernisse. Het plan van Stichting De Brabantse Wal om de Stompe Toren in Woensdrecht te herbouwen en als belvedère in te richten, kreeg niet genoeg draagvlak onder de bevolking.
Wegen
Holle wegen
Langs de steilrand van de Brabantse Wal komen holle wegen voor. Een holle weg of grub(be) is een weg die uitgesleten of uitgegraven is en daardoor (gedeeltelijk) tussen twee hellingen ligt. De slijtage ontstaat door erosie met regen- of smeltwater en door verkeersgebruik.Op landgoed Lindonk in Woensdrecht ligt een mooie holle weg die naar de Caterspolder voert. De Zandstraat in Ossendrecht was een niet verharde holle weg, diep ingesneden in de Brabantse Wal, leidend naar de polder De Braak, met aan beide zijden veel eikenhakhout (ouder dan 1800). Deze holle weg is in 2010 (onnodig breed) geasfalteerd voor de aanleg van een fietspad. De Kannewielseweg en Stapelakker in Halsteren, de Vierwindenstraat en Koeleweg in Ossendrecht zijn andere voorbeelden van holle wegen op de Brabantse Wal.
Lanen
Op de oudere landgoederen (1700 en later) op de Brabantse Wal bevinden zich een opvallend groot aantal onverharde lanen die grotendeels getraceerd zijn op de voormalige landhuizen in deze landgoederenreeks. De lanen zijn vaak voorzien van beplanting (eiken, beuken, lindes), knothout en struwelen.
Klinker- en kasseienwegen
Op verschillende plaatsen op de Brabantse Wal liggen nog oude gebakken klinker- en kasseienwegen, bijvoorbeeld op de landgoederen en in de polders.
Kerkenpaden
Vroeger kwamen op de Brabantse Wal tal van onverharde kerkenpaden voor. Ze waren de kortste verbinding tussen een buurtschap en de kerk. Stichting De Brabantse Wal spant zich in voor het behoud en het herstel van deze paden en neemt ze waar mogelijk mee in het netwerk van wandelroutes.
Bronnen
Aan de voet van de Brabantse Wal komen bronnen voor. De bronnen hebben in het verleden mogelijk een rol gespeeld bij de vorming van de steilrand en het uitslijten van holle wegen.
Kwel
De bronnen worden gevoed met kwelwater dat hoog op de Wal in de bodem trekt en aan de voet opwelt. Deze bronnen zijn zichtbaar in de vorm van een "zandvulkaantje" op de bodem van de sloot. Op sommige plaatsen zijn buizen in de grond gedreven waarin het kwelwater spontaan opwelt en gebruikt wordt voor beregening. Bij het klimaatbosje op de parkeerplaats voor recreatieboerderij De Walkant aan de Langeweg in Woensdrecht staat een bord met informatie over de kwelstromen.
Religie en wellness
Enkele bronnen kregen een plaats in de religie. Zo lag er een zoetwaterbron in Oud-Borgvliet bij Bergen op Zoom, waar nu de Plaat is. De legende zegt dat de bron ontstond toen Gertrudis van Nijvel er 1400 jaar geleden haar abdissestaf in de grond stak. Ze werd heilig verklaard en patrones van Bergen op Zoom. De bron werd naar haar vernoemd. Bij de bron werd een kapel gebouwd die door oorlogsgeweld in de 16de en 17de eeuw verwoest werd. In 1987 namen enkele Bergenaren het initiatief tot een nieuwe kapel aan de Scheldelaan. Deze werd in 1989 ingezegend. Op de glas-in-loodnamen staan afbeeldingen uit het leven van de heilige. De exacte locatie van de verwoeste Getrudiskapel en bron zijn niet bekend. De Gertrudisbron wordt vaak verward met een andere bron: de Stadsfontein. Die lag vroeger op de slikken van de Oosterschelde, op de plaats waar nu de Olaf Palmebrug naar de Plaat ligt. Op de bron is een koker geplaatst zodat de bron vanaf het talud van de brug nog bereikbaar is. Stadsparkhotel Bergen op Zoom heeft een plan om de bron weer te exploiteren voor welness.
Begraafplaatsen
Joodse kerkhoven
Op de Brabantse Wal liggen enkele Joodse kerkhoven. In Bergen op Zoom herinneren de synagoge aan de Parade en het kerkhof aan de Bergsebaan, naast de Zanderijen, aan de tijd dat er een Joodse gemeenschap leefde die in de Tweede Wereldoorlog om het leven is gebracht. Bij Putte liggen al meer dan honderd jaar begraafplaatsen van de Antwerpse joodse gemeenschap. Veel Belgische joden geven er namelijk de voorkeur aan hun doden in Nederland te begraven, omdat in België het recht op eeuwige rust niet gewaarborgd is. Op een joodse begraafplaats geldt 'eeuwige grafrust'. Dit betekent dat de graven ongemoeid gelaten moeten worden en slechts bij uitzondering, als de overheid dit eist, verplaatst mogen worden. Een uitzondering geldt voor herbegraven in Israël. Op de graven laat men vaak een klein steentje achter, als teken dat men op bezoek is geweest. Dit gebruik is in betekenis vergelijkbaar met de gewoonte bij niet-joden om bloemen neer te leggen.
Voor meer informatie:
http://www.jhm.nl/cultuur-en-geschiedenis/nederland/noord-brabant/bergen-op-zoom
Oorlogskerkhoven
De verschrikking van de Tweede Wereldoorlog is op de Brabantse Wal nog tastbaar aanwezig in de vorm van vele monumenten en kerkhoven. Langs de Ruytershoveweg in Bergen op Zoom liggen de oorlogsbegraafplaatsen van het Gemenebest. Het Gemenebest heeft over heel de wereld begraafplaatsen van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Er is afgesproken dat de lichamen van de gesneuvelden in het land blijven en liefst dicht bij de plaats waar ze gesneuveld zijn, om daar voor altijd herdacht te worden. In de Slag om de Schelde die zich ook op en langs de Brabantse Wal afspeelde, zijn veel Britten en Canadezen gesneuveld. Naast het Canadese ligt het Britse kerkhof. De officiële namen zijn Canadian War Cemetery (1115 graven) en War Cemetery (1296 graven).
Voor meer informatie:
www.dodenakkers.nl
www.oorlogsmusea.nl
Getijdehaventjes en spuisluizen
De invloed van de zee blijkt uit de getijde haventjes en spuisluizen die langs heel de Brabantse Wal voorkwamen. Met eb vielen ze droog en met vloed liepen ze vol. Ze dienden voornamelijk voor het transport van bieten naar de suikerfabrieken in Bergen op Zoom, Steenbergen en Dinteloord. Daar lagen de grotere havens, ook onder invloed van het getij. Met de aanleg van de Deltawerken verdween het getij en werden haventjes en spuisluizen in de polders van Ossendrecht, Woensdrecht, Halsteren en Steenbergen gedempt. De havens van Bergen op Zoom, Steenbergen en Dinteloord bleven, met een vast peil, behouden voor de industrie en watersport. In Steenbergen hebben de nog bestaande sluizen van Benedensas en Bovensas een monumentale waarde.
Hoeves
De verschillen in kwaliteit tussen de zandgronden op het hoge deel en de kleigronden in de polders komt ook tot uiting in de bouw van de hoeves. De welvaart op de klei was vroeger beduidend hoger dan op het zand. In de polders en op de steilrand tref je vooral grote monumentale hoeves aan met vaak een vergezicht op het omringende land. Voorbeelden zijn de Berghoeve en Hoeve Calfven in Ossendrecht, hoeve Hildernisse in Woensdrecht en hoeves De Waterkant en 't Slot in Lepelstraat. De boerderijen op de droge en onvruchtbare zandgronden waren laag en klein (keuterboeren) en vaak sliepen mens en dier onder één dak. Door de ontwikkelingen in de moderne landbouw zijn deze verschillen in welvaart en tussen hoeves op zand en klei verdwenen. Moderne boerderijen zijn op efficiency gericht en hebben weinig binding met het oorspronkelijke cultuurlandschap, of het nu zand of klei is. De moderne woningen en grote bedrijfsgebouwen, soms ook nog met hoge windmolen, zijn helaas geen sieraad voor het landschap. De aanplant van groen rond het agrarisch bedrijf is dan nog de beste oplossing.
Periodes
| Periode | Belangrijkste aspecten |
|---|---|
| Prehistorie | Onbekend |
| Romeinse tijd en vroege Middeleeuwen | Bewoning uit de vroege Middeleeuwen in Halsteren |
| Late Middeleeuwen |
Turfwinning Ontstaan van dorpen en steden Ontginningen Stuifzanden Hakhoutcultuur Elisabethsvloed Verdronken dorpen Oude bedijkngen Vestingwerken Akkercomplexen |
| 1500-1850 |
Landgoederen en buitenplaatsen Verdedigingslinie Bergen op Zoom- Steenbergen Bosaanleg Esdekken Herdijkingen |
| 1850-1950 |
Omvorming van tuinen en parken Nieuwe landgoederen Militair oefenterrein en vliegveld Joodse begraafplaatsen |
| 1950-2010 |
Uitbreiding van steden en dorpen Aanleg snelwegen Afsluiting Markiezaatsmeer Ruilverkavelingen Natuurgebieden |


